Een docent van een middelbare school besteedde enkele lessen kunstbeschouwing aan een groep, die daar helemaal niet om had gevraagd. De eerste vraag was: ‘Moeten we dat leren voor het examen?’ De docent zei toen: ‘Nee..., voor het leven’. En de tweede vraag was: ‘Waartoe dient het dan?’
Leren kijken naar kunst dient namelijk nergens toe en dat is op zich al een verdienste. In onze wereld moet alles winstgevend zijn, anders deugd het niet. Dus leve het nutteloze. Waartoe dient een wandeling door het bos? Wat mag dat bos kosten? Hoeveel kost stilte? Kan je de ondergaande zon ook kopen? We leven in een maatschappij van het hebben. Het leren zien van schoonheid behoort tot het rijk van het zijn.
